|
Gedwongen migratie, verlies en cultuur Hans
Rohlof en Adriana Jasperse Samenvatting Gedwongen migranten vermelden frequent ernstige traumatische gebeurtenissen in hun recente verleden, waaronder oorlogsgeweld en diverse vormen van verlies. Kan individuele verliesverwerking dan toegepast worden? Verlies van eigen cultuur en van sociale banden heeft al plaatsgehad v??r de vlucht. Verlies van zingeving aan politieke acties en vervolging treedt meestal pas in het Westen op. Voor verlies van dierbaren dient ruimte te komen. Vaak zullen rituelen uit de eigen cultuur door allerlei factoren niet mogelijk zijn. Verliesverwerking bij vluchtelingen is een dynamisch proces, waarbij men ook dient te letten op de fase in het migratieproces waarin de vluchteling zich bevindt. ------ In het Westen is men de laatste jaren steeds meer gaan spreken van `de multiculturele samenleving', een samenleving waarin diverse elementen van de oorspronkelijke culturen van migranten opgenomen worden. In hoeverre wezenlijke zaken van andere culturen door de autochtone westerling geaccepteerd worden blijft echter de vraag. Het lijkt meer om de versiering te gaan, zoals bijvoorbeeld het genieten van exotische gerechten of muziek en minder om fundamentele waarden en idee?n, die de houding ten opzichte van anderen, en tegenover leven en dood bepalen. Voor niet-westerse migranten is het dan ook moeilijk om wezenlijke zaken van hun eigen cultuur te beleven in het nieuwe, westerse, land. Voorbeelden hiervan zijn het leven in groter familieverband, het navolgen van gedragsregels voor het rouwen om doden en religieuze voorschriften. Zulke regels worden misschien getolereerd als iets wat "er nu eenmaal bij schijnt te horen", maar werkelijke acceptatie, laat staan uitwisseling van deze basiselementen lijkt weinig voor te komen. Het verlies van een
eigen cultureel betekenis- en referentiekader, voor vele migranten de
kernervaring van hun bestaan als migrant, wordt hierdoor geaccentueerd.
Bij gedwongen migranten, vluchtelingen en asielzoekers, zou dit nog sterker
kunnen spelen, gezien het feit dat voor hen de beslissing om te migreren
meer gebaseerd is op negatieve factoren: het is niet het Westen dat hen
trok maar gevaar in eigen land dat hen naar het Westen toe duwde. Zij
hebben niet of nauwelijks vrijwillig voor een verblijf binnen een andere
cultuur gekozen. De ballingschap is voor hen, in de woorden van Grinberg
en Grinberg (1989), "een stap in het land van de doden". Deze auteurs
noemen ook een actieve afwijzing door de vluchtelingen van het nieuwe
land en de nieuwe cultuur. Zij verklaren dit uit een onverwerkt schuldgevoel
jegens achterblijvers en een projectie van de woede op het oude land naar
het nieuwe land (Grinberg en Grinberg 1989: 156 - 61). Gedwongen migratie en verlies van cultuur De groep waar wij
mee te maken hebben, de gedwongen migranten, komt uit landen waar gedurende
langere of kortere tijd ingrijpende veranderingen gaande zijn, politiek,
sociaal of religieus, al dan niet met direct geweld. Georganiseerd geweld
verstoort de verhoudingen tussen mensen, hun manieren om samen te zijn
en vernietigt de mogelijkheden tot vrije dialoog. In plaats van een vrije
uitwisseling van gedachten ontstaat er een maatschappij die op achterdocht
en zwijgzaamheid is gebaseerd. De gewone regels en dagelijkse verwachtingen
zijn veranderd. Geweld, terreur en een voortdurend gevoel van onzekerheid
en bedreiging zijn in de plaats gekomen van het historisch en cultureel
voorspelbare verloop van het gewone sociale leven (zie ook Blackwell 1993).
Het antwoord daarop kan tegengeweld zijn, het vormen van subculturen ter
plekke of de vlucht naar het buitenland. Vaak treden deze processen in
combinatie of achtereenvolgens op. Mevrouw A., uit
Eritrea afkomstig, wordt na een tentamen suïcidii verwezen. Ze is
dan 31 jaar en elf jaar in Nederland. De poging vond plaats na het verbreken
van een relatie. Die breuk was voor haar op een bijzonder kwetsende manier
gebeurd, met beledigingen over haar lichaam. Eisenbruch (1990, 1991) heeft onderzoek gedaan bij twee groepen jonge Cambodjaanse vluchtelingen, in Australië en in de Verenigde Staten. Hij vond dat de groep in Australië, die zich minder hoefde aan te passen aan een hun vreemde cultuur, uiteindelijk minder tekenen vertoonde van `culturele rouw', een begrip dat voor hem gelijkstaat aan het missen van mogelijkheden om zich via oorspronkelijke culturele rituelen over verlieservaringen heen te zetten. Het probleem dat wij echter aantreffen bij veel vluchtelingen is dat er, zeker in aanvang, geen grote behoefte is om weer deel uit te maken van een culturele groep in Nederland. Hier speelt zeker een rol bij dat de eigen cultuur wordt vereenzelvigd met de vervolging en het geweld dat veel vluchtelingen ondervonden hebben. Deze houding ten opzichte van de eigen cultuur hoeft zeker niet blijvend te zijn. Kennelijk is er wel een periode nodig waarin men afstand kan nemen van de eigen cultuur, om deze later weer te kunnen herwaarderen. Ook in deze periode zien we dan weer dat het gevoel van continuïteit verstoord is. Daarom kan dit een bijzonder moeilijke tijd zijn, temeer daar een andere zingeving of doelgerichtheid nog niet gevonden is. Verlieservaringen in een nieuwe cultuur Veel vluchtelingen hebben naast het verlies van cultuur en sociale omgeving ook nog met meer persoonlijk verlies te maken, namelijk de rouw om geliefde personen. Tijdens oorlog, vervolging en gevangenschap zijn dikwijls naaste familieleden, partners of goede vrienden om het leven gekomen. Nu is rouw en verwerking van de dood van geliefden bij uitstek een activiteit waarbij zeer veel verschillende rituelen gevolgd kunnen worden, die ook sterk cultureel bepaald zijn. Eisenbruch (1984) en Harrell-Bond en Wilson (1990) maken uitgebreid melding van de verschillende aard van rouw, deze `rite de passage', in de diverse culturen. Rouw is bij uitstek een cultureel gebeuren: hét moment waarop men een houding aanneemt tegenover leven en dood en waarbij men nadenkt over de zin van het leven. Het gezamenlijk uitvoeren van rituelen en het samenzijn op zich biedt de mogelijkheid om ook in het nieuwe land de eigen cultuur te laten voortleven. Verlies krijgt zo een plaats in het leven van de migrant: verlies, dat hij kan delen met anderen uit zijn eigen gemeenschap. Vandaar dat rouw, ook in Nederland bij diverse groepen, een heel andere kleur heeft. De Jong en van Schaik (1994) beschrijven die verschillende uitingen van rouw na de vliegtuigramp in de Bijlmermeer. Hoe kunnen vluchtelingen nu tot een goede rouwverwerking komen? Niet alleen zijn ze vaak ver van het graf van hun naaste, soms is er zelfs geen graf, is het familielid vermist, of is er sprake van schuldgevoelens vanwege overhaast vertrek, terwijl de anderen werden achtergelaten in een onveilige situatie. En daarbij speelt nog een rol het gemis aan sociale omgeving en culturele inbedding, waardoor er geen directe steun ervaren wordt: rouw is immers niet alleen afscheid nemen maar omvat ook re?ntegratie in de omgeving (Van Gennep 1908/1960). Mevrouw B. is een 32-jarige vrouw die zes jaar geleden met man en kinderen uit Iran is gevlucht. Zij meldt gevoelens van spanning en prikkelbaarheid. Naast psychosociale problemen blijkt er ook een ingewikkeld rouwproces te bestaan. Vóór haar vlucht is zij met haar jongere zusje opgepakt geweest door de geheime politie vanwege politieke activiteiten van vader, die inmiddels naar het buitenland was gevlucht. Zij onderging vele martelingen. Bij deze martelingen gaf zij de naam op van een kennis die vervolgens ook opgepakt werd. Tijdens de gevangenschap hoorde ze van haar oma dat haar moeder overleden was. Ze zou volgens de politie naar beneden gesprongen zijn, maar dat kon niet door getuigen bevestigd worden. Haar oma kon ondanks aandringen en het aflopen van instanties niet de begraafplaats van moeder achterhalen. In de gevangenis kreeg mevrouw B. ook nog bezoek van een imam, die haar aanraadde veel voor moeder te bidden aangezien die een zware misdaad tegen het leven begaan had. Na haar vrijlating wilde mevrouw B. aanvankelijk van de autoriteiten eisen dat de begraafplaats bekend gemaakt werd, maar zij durfde dat niet meer, bang om weer gevangen gezet te worden. Zij meende vaak moeder op straat te herkennen. Korte tijd later vluchtte ze naar Nederland. Mevrouw B. bleek veel schuldgevoelens en ook gevoelens van woede tegenover vader te hebben. Aangezien haar vader en zuster inmiddels in Australië waren gaan wonen, was het niet gemakkelijk deze woede direct over te brengen: het contact met de vader werd verbroken. Toch besloot zij dat het goed was alsnog aandacht te geven aan de rouwverwerking rond de dood van haar moeder. Aangezien er geen vertrouwen meer was in de islam en zijn imams, koos ze voor een geheel eigen manier: ze besloot één bepaalde dag aan te wijzen als de sterfdag van haar moeder en die in het verband van haar gezin te herdenken. Meer was voor haar op dat moment niet nodig. Daarnaast kwam ze tot de conclusie dat er geen sprake was van schuld van haar kant, ook in verband met het `verraad' dat ze gepleegd had in de gevangenis; de werkelijke schuldigen waren de politieagenten. Weliswaar was zij geen heldin, maar wel iemand die vervolging overleefd had en dus een beroep op een zekere status kon doen. We zien in deze casus weer dat betekenisgeving een eerste vereiste is. Daarna kan rouw op gang komen. Indien deze rouw niet direct op een cultuureigen manier kan geschieden, kan er gezocht worden naar andere vormen die wellicht acceptabel zijn. Vluchtelingen hebben de neiging om het verleden `op slot te zetten', waarbij ze met het traumatische verleden ook de eigen cultuur van zich afzetten. Een voor het individu of het gezin acceptabele manier van verliesverwerking k?n opening bieden om weer in contact te komen met positief beleefde elementen van de eigen cultuur. Verlies van en hang naar eigen cultuur Het kan ook voorkomen dat migranten in moeilijke omstandigheden juist teruggrijpen naar de oorspronkelijke cultuur; dat geeft hun het nodige houvast. Vaak gaan ze terug naar een cultuur die in het land van oorsprong al verlaten is; ze worden als het ware `roomser dan de paus'. Dit zich vastklampen aan het bekende kan ook inhouden dat men het feit dat men iets verloren heeft ontkent en dus niet aan de verwerking ervan toekomt. Het is van belang dat hulpverleners zich bewust zijn van deze valkuil: niet altijd zijn problemen opgelost indien ze op een cultureel `verantwoorde' manier aangepakt worden. De heer C., een
27-jarige man uit Pakistan, wordt aangemeld met de volgende klachten:
pijn in schouders en rug, maagpijn, hoofdpijn, voortdurend piekeren, slecht
slapen, zwetend wakker worden uit nachtmerries, ernstige concentratieproblemen.
Hij is op dat moment ruim een half jaar in Nederland en legt verband tussen
zijn klachten en marteling: "I've been tortured too much", herhaalt hij
vaak. Een half jaar voor zijn vlucht bracht hij drie maanden in de gevangenis
door, waar hij door de politie gemarteld werd, fysiek en psychologisch.
De aanhouding was in verband met zijn lidmaatschap van een verboden islamitische
groepering in Pakistan en zijn activiteiten daarvoor. Bekende sociale structuren en vertrouwde culturele referentiekaders in het land van opvang bieden de mogelijkheid om zin te geven aan de eigen vlucht en zo continuïteit in het leven te blijven ervaren. Bij de verwerking van persoonlijke verliezen kunnen deze gunstige factoren echter een belemmering vormen, als ze een dwingend karakter hebben. Rituelen vanuit de eigen cultuur kunnen echter ook een belangrijke steun bij verliesverwerking geven. De geringe acceptatie daarvan door de Nederlandse samenleving staat dat in de weg. Het gezin D., vader, moeder en twee zonen van Turks-Armeense afkomst is sinds twee jaar in Nederland. De vier zijn in behandeling wegens het moeilijk kunnen verwerken van gebeurtenissen vóór en tijdens hun vlucht naar Nederland. Door nog onopgehelderde omstandigheden komt plotseling de oudste zoon van dertien te overlijden. De begrafenis vindt plaats volgens de Armeense eredienst. De ouders zijn echter verbijsterd als blijkt dat hun zoon begraven wordt in een graf met anderen: dat is volgens hun geloof ten strengste verboden. Er ontstaat een lange strijd met de sociale dienst om hun zoon herbegraven te krijgen. De ouders besluiten om snel weer een nieuw kind te krijgen, "om het gemis aan een tweede zoon op te vullen". Dit wordt door de Nederlanders in hun omgeving slecht begrepen en afgekeurd. "Hoe bestaat het dat zij rouwen, en tegelijk aan een nieuwe baby denken?" Zo zien we dat er geen ruimte is voor gebruiken die de gewone gang van zaken te buiten gaan. De langdurige strijd met de Gemeentelijke Sociale Dienst geeft aan hoe belangrijk het voor de betrokkenen is om hun zoon volgens de eigen gebruiken te begraven, om daarmee iets van hun eigen cultuur vast te houden. De wens snel een baby te krijgen dient gezien te worden als een wens zou om de continu?teit te herstellen. De gemiddelde Nederlander, onbekend met hun cultuur, begrijpt dit niet. Conclusies en adviezen Diverse studies wijzen
op het belang de eigen cultuuruitingen te betrekken bij de verwerking
van verlieservaringen. Soms gebeurt dit in Nederland. Men kan bijvoorbeeld
denken aan de rituelen die na de `Bijlmerramp' of aan de boven beschreven
casus waarin ouders erin slaagden een apart graf voor een overleden zoon
te krijgen. Literatuur: Blackwell, R.D. 1993 Disruption and reconstitution of family, network and community systems following torture, organized violence, and exile. In: Wilson, J.P. & B.Raphael (eds) International Handbook of Traumatic Stress Syndromes. New York: Plenum Press, pp. 733-41. Eisenbruch, M. 1984a Cross-cultural aspects of bereavement I: A conceptual framework for comparative analysis. Culture, Medicine and Psychiatry 8: 283-309. Eisenbruch, M.1984b Cross-cultural aspects of bereavement II: Ethnic and cultural variations in the development of bereavement practices. Culture, Medicine and Psychiatry 8: 315-47. Eisenbruch, M.1990 Cultural bereavement and homesickness. In: Fisher, S. & C.Cooper (eds). On the move: The psychology of change and transition. London, Wiley: pp. 61-75. Eisenbruch, M. 1991 From post-traumatic stress disorder to cultural bereavement: Diagnosis of Southeast Asian refugees. Social Science and Medicine 33: 673-80. van Gennep, A. 1960 The rites of passage. Chicago, University of Chicago Press, Chicago (origineel 1908). Grinberg, L. & R.Grinberg 1989 Psychoanalytic Perspectives on Migrati on and Exile. New Haven: Yale University Press. Harrell-Bond, B.E. & K.B.Wilson 1990 Dealing with dying: Some anthropological reflections on the need for assistance by refugee relief programmes for bereavement and burial. Journal of Refugee Studies 3: 228-43. de Jong, J.T.V.M. & M.M.van Schaik 1994 Culturele en religieuze aspecten van rouw- en traumaverwerking naar aanleiding van de Bijlmerramp. Tijdschrift voor Psychiatrie 36: 291-303. de Jonghe, F., P.Rijnierse & R.Janssen 1992 The role of support in psychoanalysis. Journal of the American Psychoanalytical Association 40: 475-98. |